AAA
PrintEnglishDownload PDFSitemapContact
23 Financiële derivaten
Beleid ten aanzien van financiële risico's

Algemeen
De belangrijkste risico’s waaraan DSM onderhevig is zijn het liquiditeitsrisico en het marktrisico (bestaande uit een renterisico, een valutarisico en een prijsrisico). Het financiële beleid van DSM is erop gericht om op de korte termijn de effecten van koers- en renteschommelingen op het resultaat te beperken en om op lange termijn de marktwisselkoersen en marktrentes te volgen. DSM maakt gebruik van financiële derivaten om de financiële risico’s die verbonden zijn aan bedrijfsactiviteiten te beheersen. De onderneming neemt met financiële derivaten geen speculatieve posities in.
Liquiditeitsrisico
DSM beschikt over twee gecommitteerde kredietfaciliteiten van resp. €500 miljoen en €400 miljoen, in totaal €900 miljoen (2006: eveneens twee kredietfaciliteiten van in totaal €900 miljoen), en een commercial paper-programma van €1.500 miljoen (2006: €900 miljoen). Het USD commercial paper-programma van USD 400 miljoen is vervallen (2006: USD 400 miljoen). Er zal in totaal voor niet meer dan €900 miljoen gebruikgemaakt worden van het commercial paper-programma (2006: €900 miljoen).
Renterisico
Het renterisicobeleid heeft tot doel de renterisico’s die voortkomen uit de financiering van de onderneming te beperken en daarmee tevens de netto-rentelasten te optimaliseren. Dit beleid vertaalt zich in een gewenst profiel van vastrentende en variabelrentende posities inclusief liquide middelen, waarbij de variabelrentende positie in principe niet groter is dan 60% van de nettoschuld.
De volgende tabel geeft een overzicht van de variabelrentende en vastrentende leningen, gerangschikt op basis van het einde van de looptijd. Opgenomen leningen exclusief schulden aan kredietinstellingen worden in onderstaand overzicht getoond rekening houdend met de daaraan gerelateerde, voor afdekkingsdoeleinden aangewezen rentederivaten.
 
2007
2006
 
Vastrentende
opgenomen
leningen
Variabel-
rentende
opgenomen
leningen
Totaal
Vastrentende
opgenomen
leningen
Variabel-
rentende
opgenomen
leningen
Totaal
 
 
 
 
 
 
 
Binnen 1 jaar
6
37
43
6
442
448
Binnen 1 tot 2 jaar
14
211
225
6
40
46
Binnen 2 tot 3 jaar
6
1
7
14
227
241
Binnen 3 tot 4 jaar
2
7
9
5
1
6
Binnen 4 tot 5 jaar
1
2
3
1
7
8
Na 5 jaar
1.247
69
1.316
531
75
606
 
 
 
 
 
 
 
Totaal
1.276
327
1.603
563
792
1.355
Op 31 december 2007 bedroeg de hoofdsom van de voor langlopende leningen toegepaste renteswaps €170 miljoen (2006: €590 miljoen). Op deze swaps is fair value hedge accounting toegepast. Er werd vastgesteld dat geen van deze afdekkingen in belangrijke mate ineffectief waren. Voor de reële-waarde-afdekkingen, inclusief reële-waarde-afdekkingen die vóór 31 december 2007 zijn beëindigd, werd een immaterieel bedrag opgenomen in het jaarresultaat, waarbij als tegenpost eenzelfde bedrag werd opgenomen in relatie tot het afgedekte risico. Beide worden gerapporteerd onder de overige financiële baten en lasten.
In onderstaande analyse van de gevoeligheid van opgenomen leningen en daaraan gerelateerde financiële derivaten voor rentebewegingen wordt uitgegaan van een onmiddellijke verandering van 1% in de rentetarieven voor alle valuta en looptijden ten opzichte van het niveau op 31 december 2007, waarbij alle andere variabelen constant worden gehouden. Een verlaging van de rentetarieven met 1% zou niet resulteren in een materiële verandering in het resultaat of vermogen uitgaande van de samenstelling van de financiële instrumenten per 31 december 2007, aangezien tegenover variabelrentende leningen variabelrentende activa staan (voornamelijk liquiditeiten). Hetzelfde geldt voor een toename van de rentetarieven met 1%. De gevoeligheid van de reële waarde van de financiële instrumenten per 31 december 2007 voor veranderingen in de rentetarieven is in de volgende tabel weergegeven. Voor 2006 lag de totale gevoeligheid voor renteveranderingen tussen +€49 miljoen (+ 1% wijziging van rente) en (€54) miljoen (-1% wijziging van rente).
 
Boekwaarde
Reële waarde
Gevoeligheid van reële waarde voor een wijziging van de rente met:
+1%
-1%
Kortlopende beleggingen
4
4
-
-
Liquide middelen
369
369
-
-
Kortlopende leningen
(192)
(192)
-
-
Langlopende leningen
(1.560)
(1.509)
89
(97)
Renteswaps (van vastrentend naar variabelrentend)
(1)
(1)
(2)
2
 
 
 
 
 
Pre-hedges
-
-
-
-
Renteswaps worden incidenteel gebruikt om het vaste rentepercentage van een nieuwe externe lening af te dekken vanaf de toekomstige uitgiftedatum (pre-hedges). DSM bereikt daarmee dat voor een groot deel van zijn langlopende schulden in euro’s de rentelasten op voorhand vaststaan. In 2006 en 2007 heeft DSM de 5,25% EUR-lening 2007-2017 ‘geprehedged’ voor een bedrag van €625 miljoen met behulp van forward starting swaps tegen een vaststaand rentetarief (exclusief credit spread) van 4,1%. Inclusief de niet-afgedekte €125 miljoen en de credit spread bedraagt het effectieve rentepercentage van deze lening 4,89%. Op 31 december 2007 stonden geen afdekkingen op zeer waarschijnlijke herfinancieringen uit (in 2006 bedroeg de hoofdsom van de daaraan gerelateerde renteswaps €400 miljoen).
Valutarisico
DSM’s beleid is om de valutarisico’s die voortvloeien uit verkopen en inkopen volledig af te dekken op het moment waarop de handelsvorderingen of handelsverplichtingen in de balans worden opgenomen. Daarnaast kunnen werkmaatschappijen ervoor kiezen om – onder strenge voorwaarden – de valutarisico’s die voortvloeien uit vaststaande verplichtingen en verwachte transacties af te dekken. De voornaamste valuta’s die dit risico veroorzaken zijn de USD, de JPY, het GBP en de CHF. De risico’s die voortvloeien uit valuta-exposure worden regelmatig door de businessgroepen geanalyseerd en waar nodig afgedekt. Average rate valutatermijncontracten, valutatermijncontracten, spottransacties en average rate valuta-opties worden gebruikt om de invloed van schommelingen in wisselkoersen te beperken. Over het algemeen hebben de instrumenten een looptijd van minder dan een jaar.
Om intercompany leningen, vorderingen en verplichtingen in andere dan de functionele valuta van de dochtermaatschappijen af te dekken, maakt DSM gebruik van valutatermijncontracten. Er wordt geen hedge accounting toegepast. De hoofdsom van de valutatermijncontracten bedroeg ultimo 2007 €1.556 miljoen (2006: €1.156 miljoen).
DSM dekte in 2007 USD 718 miljoen (2006: USD 432 miljoen) van zijn geschatte netto cashflow in USD voor 2008 af (deels tegen CHF) door middel van average rate valutatermijncontracten en average rate valutaopties, bij een gemiddelde dollarkoers over de vier kwartalen van 2008 van USD 1,40 per euro. DSM dekte in 2007 JPY 5.375 miljoen (2006: niet van toepassing) van zijn geschatte netto cashflow in JPY voor 2008 af (voornamelijk tegen CHF) door middel van average rate valutatermijncontracten bij een gemiddelde JPY-koers over de vier kwartalen van 2008 van JPY 152,31 per euro. Door deze afdekkingen is een deel van de USD en JPY inkomsten van DSM in 2008 vastgelegd op deze wisselkoers. Op deze afdekkingen wordt cash flow hedge accounting toegepast. In 2007 werd als gevolg van deze afdekkingen een bedrag van €27 miljoen (2006: €6 miljoen) opgenomen in de bedrijfsopbrengsten van de betrokken segmenten overeenkomstig de realisatie van de verwachte kasstromen. Er werd vastgesteld dat geen van deze afdekkingen in belangrijke mate ineffectief waren.
Het valutarisico dat voortvloeit uit de omrekening van DSM’s netto-investeringen in entiteiten die in andere valuta luiden dan in de euro wordt gedeeltelijk afgedekt. Nettoactiva die luiden in CHF zijn gedeeltelijk afgedekt door middel van valutaswaps (CHF 1.760 miljoen). Nettoactiva die luiden in USD zijn gedeeltelijk afgedekt door middel van USD-leningen (USD 400 miljoen). Er werd vastgesteld dat geen van deze afdekkingen in belangrijke mate ineffectief waren.
In de hiernavolgende analyse van de gevoeligheid van nettoleningen en financiële derivaten voor schommelingen in valutakoersen ten opzichte van de euro wordt uitgegaan van een verandering van 10% in alle valutakoersen tegenover de euro uitgaande van hun niveau per 31 december 2007, waarbij alle andere variabelen constant worden gehouden. Een verandering van +10% houdt in dat de vreemde valuta’s sterker worden ten opzichte van de euro. Een verandering van -10% betekent een verzwakking van de koersen van vreemde valuta’s ten opzichte van de euro. Voor 2006 lag de gevoeligheid voor wijzigingen in valutakoersen die invloed kunnen hebben op het resultaat tussen (€65) miljoen (+10% wijziging van alle valutakoersen) en +€57 miljoen (-10% wijziging van alle valutakoersen) terwijl de gevoeligheden die betrekking hebben op cash flow hedges en daarmee in het vermogen tot uitdrukking komen tussen (€7) miljoen (+ 10 % wijziging van alle valutakoersen) en €4 miljoen (-10% wijziging van alle valutakoersen) lagen.
 
Boekwaarde
Reële waarde
Gevoeligheid van de reële waarde voor een wijziging van alle valutakoersen met:
+10%
-10%
Kortlopende beleggingen
4
4
-
-
Liquide middelen
369
369
13
(11)
Kortlopende leningen
(192)
(192)
(7)
6
Langlopende leningen
(1.560)
(1.509)
(48)
39
Cross-currency swaps
(28)
(28)
12
(10)
Valutatermijncontracten
23
23
(67)
55
Cross currency swaps gerelateerd aan netto-investering in dochtermaatschappijen
25
25
(119)
97
Average-rate valutatermijncontracten gebruikt voor economische afdekking
20
20
(27)
22
Average-rate valutaopties gebruikt voor economische afdekking
2
2
-
6
In de hiernavolgende analyse van de gevoeligheid van nettoleningen en financiële derivaten voor schommelingen in valutakoersen ten opzichte van de euro wordt uitgegaan van een verandering van 10% in de koers van de USD tegenover alle vreemde valuta en de euro uitgaande van het niveau per 31 december 2007, waarbij alle andere variabelen constant worden gehouden. Een verandering van +10% houdt in dat de USD sterker wordt ten opzichte van de euro. Een verandering van -10% betekent een verzwakking van de koers van de USD. Voor 2006 waren de USD-gevoeligheden vergelijkbaar.
 
Boekwaarde
Reële waarde
Gevoeligheid van de reële waarde voor een wijziging van de USD-koers met:
+10%
-10%
Kortlopende beleggingen
4
4
-
-
Liquide middelen
369
369
2
(2)
Kortlopende leningen
(192)
(192)
(1)
1
Langlopende leningen
(1.560)
(1.509)
(43)
35
Cross currency swaps
(28)
(28)
12
(10)
Valutatermijncontracten
23
23
(107)
87
Cross currency swaps gerelateerd aan netto-investering in dochtermaatschappijen
25
25
-
-
Average-rate valutatermijncontracten gebruikt voor economische afdekking
20
20
(42)
34
Average-rate valutaopties gebruikt voor economische afdekking
2
2
-
10
Veranderingen in de reële waarde van deze posities worden in het algemeen verantwoord in het resultaat, met uitzondering van de instrumenten waarop cash flow hedge accounting of net investment hedge accounting wordt toegepast. Cash flow hedge accounting wordt toegepast op de average rate valutatermijncontracten en average rate valutaopties die worden gebruikt voor economische afdekking; de veranderingen in de reële waarde van deze derivaten worden verantwoord in de afdekkingsreserve in het vermogen totdat de hieraan gerelateerde activa worden opgenomen. Net investment hedge accounting wordt toegepast voor de cross currency swaps die worden gebruikt ter bescherming van netto-investeringen in entiteiten die in een andere valuta dan de euro luiden; de veranderingen in de reële waarde van deze derivaten worden (voorzover zij worden veroorzaakt door veranderingen in valutakoersen) verantwoord in de translatiereserve in het vermogen totdat de netto-investering wordt gedesinvesteerd.
Prijsrisico
Financiële instrumenten die gevoelig zijn voor veranderingen in beurskoersen of beursindexen zijn onderhevig aan een prijsrisico. Ultimo 2007 waren er voor DSM geen materiële prijsrisico’s aanwezig met betrekking tot investeringen in voor verkoop beschikbare effecten.
Kredietrisico
DSM beperkt het kredietrisico door gebruik te maken van kredietlimieten per financiële instelling en door uitsluitend zaken te doen met financiële instellingen met een hoge kredietwaardigheid. Op balansdatum waren er geen significante concentraties van kredietrisico.
Met betrekking tot treasury-activiteiten wordt er op toegezien dat financiële transacties uitsluitend worden afgesloten met partijen die volgens Moody’s een kredietrating hebben van P1 (voor kortetermijn-instrumenten) of A3 (voor langetermijn-instrumenten). Op businessgroepniveau worden de uitstaande vorderingen voortdurend bewaakt door het management van de bedrijfsonderdelen. Daarbij wordt adequaat rekening gehouden met de onderkende kredietrisico’s, waarvan in noot 16 een overzicht wordt gegeven. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat er significante verliezen zullen ontstaan met betrekking tot vorderingen waarmee geen rekening is gehouden.
Het maximale kredietrisico waaraan DSM onderhevig is komt overeen met de boekwaarde van de in de balans opgenomen financiële activa, inclusief afgeleide financiële instrumenten met een positieve marktwaarde. Op de verslagdatum waren er geen significante overeenkomsten of financiële instrumenten beschikbaar die het maximale kredietrisico waaraan de onderneming onderhevig is zouden verminderen.
Reële waarde van financiële instrumenten
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de boekwaarde en de geschatte reële waarde van financiële instrumenten:
 
31 december 2007
31 december 2006
 
Boekwaarde
Reële waarde
Boekwaarde
Reële waarde
Activa
 
 
 
 
Overige deelnemingen
73
73
40
40
Overige langlopende vorderingen
31
31
40
40
Kortlopende vorderingen
1.687
1.687
1.739
1.739
Financiële derivaten
83
83
79
79
Kortlopende beleggingen
4
4
3
3
Liquide middelen
369
369
552
552
 
 
 
 
 
Verplichtingen
 
 
 
 
Langlopende leningen
1.560
1.509
907
876
Overige langlopende schulden
35
35
44
44
Kortlopende leningen
192
192
607
607
Financiële derivaten
42
42
41
41
Overige kortlopende schulden
1.729
1.729
1.614
1.614
De reële waarde van financiële instrumenten werd bepaald op basis van de volgende methoden en uitgangspunten: liquide middelen, kortlopende beleggingen, kortlopende vorderingen, kortlopende leningen en overige kortlopende en langlopende financiële verplichtingen worden opgenomen tegen hun boekwaarde. Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert deze de reële waarde. De reële waarde van financiële derivaten en langlopende instrumenten is gebaseerd op berekeningen, marktprijsnoteringen of prijsopgaven verkregen van tussenpersonen.
De volgende tabel biedt een overzicht van de boekwaarde van financiële derivaten onderverdeeld naar type en doel:
 
Vlottende activa
Kortlopende schulden
Totaal
 
 
 
 
Renteswaps
19
(6)
13
Valutaswaps
28
(25)
3
 
 
 
 
Totaal financiële derivaten in relatie tot opgenomen leningen
47
(31)
16
 
 
 
 
Valutatermijncontracten
32
(10)
22
Valutaopties
-
-
-
 
 
 
 
Stand per 31 december 2006
79
(41)
38
 
 
 
 
 
 
 
 
Renteswaps
0
(1)
(1)
Valutaswaps
27
(30)
(3)
 
 
 
 
Totaal financiële derivaten in relatie tot opgenomen leningen
27
(31)
(4)
 
 
 
 
Valutatermijncontracten
54
(11)
43
Valutaopties
2
-
2
 
 
 
 
Stand per 31 december 2007
83
(42)
41
Notes